Het verschil tussen GTL en HVO in 3 minuten uitgelegd

Shell TapUp, Oktober 2019

  • Group GTL
  • Group HVO
  • Group emissies reduceren

Shell TapUp bezorgt alternatieve brandstoffen aan je bestaande wagenpark. Waarom? Zodat je met je bestaande wagenpark al een bijdrage kan leveren aan een duurzamere leefomgeving, zonder dat je je wagenpark direct hoeft te vervangen. We zetten Shell TapUp hiermee in als transitiepropositie, die je helpt om sneller lokale en globale emissies te verminderen.

Er zijn 2 typen alternatieve brandstof waar Shell TapUp zich op richt, dit zijn GTL (gas-to-liquids) en HVO (hydrotreated vegetable oil). De vraag die wij dikwijls krijgen: Zijn GTL en HVO daadwerkelijk een serieus alternatief voor diesel? En zo ja, wat zijn de verschillen dan?

Hieronder vind je een korte uitleg over de toepassing van de twee typen brandstoffen. 

Synthetische brandstoffen en biobrandstoffen

GTL en HVO zijn allebei synthetische brandstoffen, alleen worden ze van verschillende grondstoffen gemaakt. GTL wordt gemaakt van aardgas in plaats van aardolie. Door dit gas vloeibaar te maken, ontstaat er een brandstof die schoner verbrandt dan brandstof gemaakt van ruwe olie. HVO wordt gemaakt van reststromen, zoals gebruikt frituurvet. Er wordt dus geen fossiele grondstof gebruikt. Wel wordt ook hierbij eerst de biomassa vergast, om er vervolgens een vloeistof van te maken. Beide brandstoffen hebben EN normering EN15940.

Stikstof, fijnstof en CO₂ emissies verminderen

In de energietransitie zijn er 3 typen emissies die we vaak terughoren op het nieuws: Stikstof, fijnstof en CO₂. Deze hebben allen een schadelijk effect op mens en milieu en willen we dus graag verminderen. Hieronder vind je een korte uitleg over deze emissies.

Stikstof – lokale emissies

Stikstof is een kleur- en reukloos gas dat overal om ons heen is. Ongeveer 78% van alle lucht bestaat uit stikstof. Stikstof is van zichzelf niet schadelijk voor mens en milieu. Maar er zijn ook verbindingen van stikstof in de lucht die wel schadelijk kunnen zijn. Dit zijn stikstofoxiden (NOx, een verbinding van stikstof en zuurstof) en ammoniak (NH3, een verbinding van stikstof en waterstof). 

Stikstofoxiden (NOx)  komen vooral in de lucht terecht door uitlaatgassen van het verkeer en de uitstoot van industrie.

Ammoniak (NH3) komt met name van dieren in de veeteelt. Boeren gebruiken mest van dieren en kunstmest om hun land te bemesten. Een deel van die mest verdampt als ammoniak en komt zo in de lucht.

Het effect? De vruchtbaarheid van de bodem verandert hierdoor, en kan verzuren. Grassen en brandnetels overwoekeren kwetsbaardere soorten. Daarmee verschraalt de biodiversiteit.

Fijnstof – lokale emissies

Alle deeltje in de lucht worden als verzameling ook wel ‘ stof in lucht’ genoemd. De meest gebruikte term is fijnstof (PM10).   De emissie door verkeer en vervoer is bijna een derde van het totaal in Nederland. 80% hiervan ontstaat bij de verbranding van motorbrandstoffen; de rest wordt veroorzaakt door slijtage van wegdek, banden, remvoeringen en bovenleidingen. Sinds 1990 is de emissie van primair (door mensen veroorzaakt) fijn stof met meer dan 50% afgenomen. Dit is vooral te danken aan schonere dieselmotoren in bussen en vrachtwagens. 

Kortdurende blootstelling aan hoge concentraties fijnstof kan voor ouderen of mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen ernstige gevolgen hebben. Langdurige blootstelling aan lage concentraties kunnen ook negatieve gezondheidseffecten hebben. 

CO₂ – globale emissies

CO₂, ofwel koolstofdioxide, is op zich een onschuldig gas dat in onze atmosfeer voorkomt. We hebben het nodig om de aarde te verwarmen, de broeikassen verspreiden zich over de hele wereld. CO₂ is opgeslagen in fossiele brandstoffen (aardolie, steenkolen, aardgas) en komt vrij bij het verbranden hiervan. Doordat er tegenwoordig tevéél wordt uitgestoten – onder andere tijdens autorijden – warmt de aarde ook teveel op: het zogenoemde broeikaseffect. Bomen halen CO₂ uit de lucht en zetten die om in zuurstof en biomassa (zoals hout, blad en wortels). De zuurstof geven ze af aan de lucht. Bomen slaan vooral extra CO₂ op als ze groeien. 

Voor lokale emissies hebben GTL en HVO hetzelfde positieve effect. Zij kunnen beiden 10-15% minder stikstof en 20-40% minder fijnstof uitstoten. Dit hangt natuurlijk af van het voertuig waar het in gebruikt wordt.

Voor globale emissies, heeft GTL een besparing van 1% en HVO een besparing tot 89%. Dit komt doordat GTL nog steeds van een fossiele basisgrondstof wordt gemaakt en HVO niet. GTL behoort daarom wel tot de categorie alternatieve brandstoffen, maar niet tot de categorie biobrandstoffen. 

HVO en GTL in blends

De mogelijkheid bestaat om HVO te blenden met diesel. De reden dat dit gedaan wordt, is omdat HVO een meerprijs kent ten opzicht van diesel. Door een blend te kiezen, heb je meer grip op de kosten en kies je welke stap in duurzaamheid je met je bestaande wagenpark wilt zetten. De blends die TapUp aanbiedt zijn HVO30 (30% HVO, 70% diesel) en HVO50 (50% HVO, 50% diesel). 

HVO30 heeft dus 30% van de voordelen van HVO100, zowel op lokale als op globale emissies. 

Als je duurzaamheidsdoelstelling vooral gericht is op schonere lucht, dan bieden HVO100 en GTL dezelfde voordelen. Is het juist belangrijk om CO₂ emissies te reduceren, dan kan met HVO100 een grote stap van 89% gezet worden, of met een HVO blend een kleinere stap.

Gelijke performance behouden

De bedrijven die kiezen voor een alternatieve brandstof of een biobrandstof in hun bestaande wagenpark, nemen vooral de performance van hun wagenpark in overweging.

Bij zowel GTL als HVO is er geen verlies van het motorvermogen en blijft de actieradius van het voertuig gelijk. Het kan zelfs zijn dat er minder Ad Blue nodig is om de brandstof schoner te verbranden. 

Daarnaast kan het wagenparkbeheer op dezelfde voet verder en blijft het onderhoud gelijk. De restwaarde van het bestaande wagenpark blijft hierdoor ook geborgd. 

Conclusie

Kortom: een alternatieve brandstof zoals GTL en een biobrandstof zoals HVO zijn daadwerkelijk een serieus alternatief voor conventionele diesel en kunnen direct lokale en/of globale emissies reduceren.